Geplaatst op 11 maart 2020

Waterstof, all-electric, warmtenetten of toch gas? Zomaar wat termen die vergroeid lijken te zijn met de energietransitie. Welke modaliteit gaat de zeven miljoen huizen in ons land warm en ‘klimaatakkoord-proof’ krijgen? We gaan op bezoek in Drenthe, waar volop geëxperimenteerd wordt en waar grote uitdagingen liggen. ‘Het moet snel, het moet allemaal, maar het moet niet allemaal nu’, zegt Tjisse Stelpstra, gedeputeerde met onder andere de Regionale Energie Strategie (RES) in zijn portefeuille.

De gedeputeerde noemt het project met de Hoogeveense waterstofwijk Nijstad-Oost als voorbeeld. Eind dit jaar wordt begonnen met de bouw van de eerste woningen. De wijk moet er in 2023 staan. Stelpstra: ‘Deze wijk ligt tegen een oude wijk aan. Als het werkt, dan kunnen we die oudere wijk, die nu nog prima functioneert, ook laten overschakelen op waterstof. Het goede tempo is van essentieel belang.’ Dat betekent volgens hem niet dat er geen urgentie is. ‘Inwoners hebben behoefte aan zekerheid. Ze willen niet vandaag een warmtepomp kopen, om er over vijf jaar achter te komen dat ze toch beter voor iets anders konden kiezen. Ik merk overigens dat er bij burgers voldoende bereidheid is om mee te gaan met de transitie. Bijna iedereen is ervan overtuigd dat er wat moet gebeuren.’

‘Bij burgers is voldoende bereidheid om mee te gaan met de transitie’

Dit beaamt wethouder Henk Doeven van de Gemeente Westerveld. ‘We hebben bewonersavonden georganiseerd waarin werd aangegeven wat de energiebehoefte van de gemeente Westerveld in 2050 is en dat bij een duurzame totstandkoming daarvan inwoners echt nodig zijn. Ook bij aanvankelijk sceptische personen proef ik welwillendheid. Door inwonersinitiatieven hebben we nu bijvoorbeeld energiecoaches. Zij kunnen bewoners met adviezen al een stuk duurzamer laten wonen. De gemeente heeft dit initiatief met subsidie ondersteund. Ook wij weten dat onze gemeente voor een grote uitdaging staat. Daarnaast wordt bij elke verbouwing energieneutraliteit in gedachten gehouden. We moeten het samen met de burgers doen. Er worden geen windmolens geplaatst als daar geen draagvlak voor is. Het is voor ons alleen nog niet helder wat dé oplossing gaat zijn’, zegt Doeven.

Vergisting of vergassing

Waar nu voor gekozen moet worden is voor Bastiaan Meijer, duurzame gebiedsontwikkelaar op het gebied van energie in Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel, op dit moment ook nog niet helemaal duidelijk. Wel heeft de medewerker van N-TRA, een dochteronderneming van lokale netbeheerder RENDO (waar ook de gemeente Westerveld onder valt), een aantal ideeën. Volgens hem gaat 16 procent van de energie die mensen verbruiken naar elektriciteit, terwijl de overige 84 procent in gasverbruik zit. ‘De grootste uitdaging zit dus in het verduurzamen van het gasverbruik. In de verstedelijkte omgeving wordt snel een beroep gedaan op de woningbouwcorporaties en het aanleggen van warmtenetten, aangezien je daar te maken hebt met een hoge warmtedichtheid en relatief veel huurwoningen. Dit gaat natuurlijk niet op voor plattelandsgemeenten met grote boerderijen en veel particulier bezit.’

Meijer geeft aan dat in Westerveld besparen een van de belangrijkste pijlers moet zijn, bijvoorbeeld door isolatie. Daarnaast moet gezocht worden naar de juiste balans tussen verschillende oplossingen. ‘Stel dat elektriciteit de plaats van gas inneemt, dan zal het elektriciteitsnet fors moeten worden verzwaard. Dit staat los van de vraag waar we de duurzame stroom vandaan halen. Wij denken dat het gasnet een belangrijke rol kan blijven spelen. Op termijn wel met duurzame gassen.’ De gebiedsontwikkelaar vertelt dat bij het ontwikkelen van een duurzame energievoorziening gekeken moet worden naar aanwezige bronnen, de infrastructuur en type bebouwing (soort woningen en utiliteitsbouw). ‘Dan zie je dat ‘groen gas’, vooral in plattelandsgemeenten, een toekomstbestendige oplossing is. Dit wordt gemaakt van biomassa. Hier hangt nu nog een negatieve zweem om heen. Biomassa is een containerbegrip geworden, terwijl er een grote variatie is in biomassastromen en de mate van duurzaamheid. Met biomassa hebben we het niet over bomen uit Canada of kolencentrales waar hout in wordt gegooid. Wij gaan uit van een procedé met vergisting of vergassing, waarbij niets verbrand wordt. Hier heb je onder andere mest of resthout voor nodig. Deze producten zijn wel te vinden in plattelandsgemeenten. Wanneer je deze materialen gewoon op het erf laat liggen, stoten ze ook broeikasgassen uit’, vervolgt Meijer.

Beroep op de markt

Als Meijer in de glazen bol kijkt en toch met één modaliteit moet komen, dan noemt hij de hybride-variant. ‘In de lente en herfst, wanneer je een beetje wil bijstoken, gebruik je een warmtepomp die werkt op elektriciteit. Als het kouder wordt, kun je kiezen voor duurzaam gas in je cv-ketel. Je reduceert hiermee het gasverbruik en er hoeven geen extra stroomkabels de grond in. Wij zijn ook gasnetbeheerder, dus je kunt denken dat we voor eigen parochie preken. Wij hebben echter wel een bepaalde verantwoordelijkheid qua verduurzaming. Waarom zouden wij niet laten zien dat het gasnet nog potentie heeft? Dit is goed te onderbouwen, blijkt ook uit verschillende onderzoeken.’

De hybride-oplossing lijkt volgens Meijer economisch gezien de beste oplossing. Zowel qua aanpassingen voor mensen als kosten voor overheden. Desondanks moeten er wel zaken aangepast worden in en rondom het huis. Iets wat geldt voor alle modaliteiten. Wie gaan dat, op korte en lange termijn, betalen?

‘Drenthe wil niet het landschap verpesten voor goedkope stroom’

Meijer: ‘Dit is de kans om te kijken naar een lokale energie-economie. Waar we eerst het gas uit Slochteren haalden en de stroom van de grote bedrijven, hebben we nu al eigen zonnepanelen en word je in de toekomst misschien eigenaar of mede-eigenaar van een mini-biomassacentrale. De opbrengsten vloeien dan weer terug naar de eigen buurt. Los van de techniek vind ik zulke nieuwe kansen geweldig.’

Vanaf 2021 warmtevisie

Gedeputeerde Stelpstra vindt dat gemeenten wel wat meer tempo kunnen maken wat betreft de energietransitie. ‘Ik praat in zijn algemeenheid, maar veel gemeenten moeten oppassen dat ze straks niet aan de markt overgeleverd zijn. Grote energiemaatschappijen, zonne- en windboeren bijvoorbeeld. Zij hebben allemaal deskundigheid die gemeenten soms niet in huis hebben. Bewoners willen straks van de overheid die het dichtst bij hen staat, weten wat er moet gebeuren met hun wijk.’

Om deze reden moeten gemeenten vanaf 2021 een warmtevisie klaar hebben waarin wordt aangegeven hoe de energietransitie per wijk wordt vormgegeven, met een bijbehorende planning. De warmtevisies zijn een uitwerking van de RES, die weer voortkomt uit een van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Daarin staat dat dertig energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Drenthe is een van deze energieregio’s.

Bron: ROM